HOME· NIEUWS· ARTIKELEN· ACTIVITEITEN· FORUM· LINKS· OVER PVP
Artikelen | 10 augustus 2002
Het geheim van de preek

Door: drs. Ron van der Spoel

Inleiding

.

De prediker als verloskundige

.

Op een dag ontmoette ik een jonge verloskundige. Ze was al een paar jaar aan het werk en vertelde enthousiast over hoe mooi haar werk was. Iedere geboorte ervaarde ze als bijzonder, telkens weer mocht ze een wonder begeleiden. Met glinsterende ogen vertelde ze over wat ze zoal meemaakte op die slaapkamers en in het ziekenhuis.

.

De amerikaanse homileet Eugene Lowry vergelijkt in zijn boek The Sermon de taak van een prediker met het werk van deze verloskundige. Bij het maken en houden van de preek gaat het om ´life is being born, and the effective preacher as midwive knows when to be still so as not to impede the birthing process, and when to be fevereshly active in preventing some blockage from denying the life that wants to be`.

.

Inderdaad, zo is het preken: je bent aanwezig bij de geboorte van nieuw leven in Christus, bij het geheim van het geloof. Je taak als voorganger is zorgen dat dat kan plaatsvinden wat tussen God en de hoorders mag gebeuren. Wij verwekken het nieuwe leven niet en we baren het niet, maar we zijn behulpzaam bij de geboorte: vreugdevol en verantwoordelijk werk. Het is, met de ondertitel van Lowry´s boek, ``dancing the edge of mystery``.

.

 

.

Verlegen met het geheim

.

Een jaar later ontmoette ik diezelfde verloskundige weer. Van haar enthousiasme was niet veel meer over. Ze zat thuis omdat ze het werk niet meer aankon. De druk was haar teveel geworden, sommige ouders hadden erg kritisch gereageerd, ze durfde niet meer. Het begeleiden van het geheim van nieuw leven bleek niet alleen mooi, maar ook hachelijk werk. "Het heeft m'n hart, maar hoe breng ik het op een goede manier in de praktijk?", vroeg ze zich wanhopig af.  

.

Met diezelfde vraag worstelen ook veel predikers, zo lezen we in interviews en weten we uit ervaring. Je begeleidt het geheim, je schept de noodzakelijke voorwaarden voor de geboorte van nieuw leven met God door het Woord te verkondigen, maar hoe breng je dat Woord zo, dat er ook echt geluisterd wordt, dat het mensen raakt? Onder predikers is er veel verlegenheid met de verkondiging.

.

Iets van die verlegenheid wordt verwoord in het artikel in Wapenveld wat ook op deze site staat, waar dr.H.deLeede verzucht:"Waarom vind ik de preken van orthodox-gereformeerde predikers voor Radio 5 zo vaak saai, terwijl de voorganger zo gewetensvol de bijbeltekst als gezaghebbend Woord van God probeert uit te leggen? Waarom ben ik geregeld vertwijfeld over de werking van mijn eigen preken, ondanks dat ik best wel regelmatig hoor dat men 'veel geleerd heeft vanmorgen'. Misschien ben ik juist daarom wel onzeker. Het gaat er immers vooral om dat preken de hoorder iets doen, zodat mensen erdoor veranderen in denken, voelen en handelen. Maar dan moeten onze preken over het leven gaan".

.

De twijfel waarover hij het heeft is voor veel predikers herkenbaar: wat doen mijn preken de hoorders? Hoe kan ik zo preken dat de boodschap helder is, de mensen raakt, dat ze merken dat het echt over hen gaat, dat het niet een saai betoog wordt? Waar de hoorders in gedachten komen, werkt dat lang niet altijd inspirerend, soms eerder beangstigend. Want die hoorder is zo anders dan hij was, hij luistert zo anders dan de prediker aanvankelijk dacht en laat dat steeds duidelijker merken ook. Hoe kan je deze boodschap naar die hoorders van zondag doorgeven? Daarover gaat de meeste verlegenheid met de preek: hoe communiceer ik de bijbelse boodschap aan de postmoderne hoorder.

.

 

.

1.De postmoderne hoorder

.

Eén van de belangrijkste kenmerken van die postmoderne hoorder is dat hij sterk beïnvloed is door de moderne media. De impact van de TV, de radio, de kranten, de reclame-industrie en het internet op onze manier van denken en beleven is nauwelijks te overschatten. De laatste 25 jaar had bijna ieder huishouden een televisie, de laatste 5 jaar hebben echter de meeste gezinsleden een eigen televisie op hun kamer staan. Op z'n zestiende verjaardag heeft een gemiddelde jongere in z'n leven 12.000 tot 15.000 uur televisie gekeken, zo blijkt uit onderzoek. De gevolgen hiervan voor de manier van luisteren en omgaan met een boodschap zijn heel bepalend voor het luisteren naar preken.

.

Dankzij de moderne media heeft er namelijk een verschuiving plaatsgevonden van woord- naar beeldcultuur, van oor naar oog, van argumenten naar indrukken. Doordat de camera overal bovenop zit, wordt je helemaal meegenomen in wat er gebeurt, zie je alles tot in detail. TV-kijken is een 'multi-sense-involvement' geworden, meerdere zintuigen worden geprikkeld, je wordt er helemaal bij betrokken. Zo zijn inmiddels al een aantal generaties opgegroeid: ze zijn eraan gewend dat de dingen op spannende en boeiende manier worden overgedragen. 

.

Het belangrijkste gevolg hiervan voor de prediking is dat ook de bijbelse boodschap tegenwoordig echt anders moet worden overgedragen. Het gaat er niet meer om de hoorders met een serie argumenten te overtuigen van de waarheid, maar om de relevantie van de boodschap aan te tonen, ze erin mee te nemen en er bij te betrekken. 

.

Door sommige predikers wordt dit gezien als een vervlakking van de boodschap. Het tegendeel is waar. Het gaat er juist om dat de inhoud van de boodschap landt in het leven van de hoorder, verder komt dan het oor en het hoofd alleen, maar het hart raakt en verandert. Waar niet zozeer het overtuigen van de waarheid, maar veelmeer het aantonen van de relevantie van de boodschap centraal staat, is wel degelijk sprake van een andere invalshoek voor de preekopbouw, maar het doel blijft hetzelfde: dat men hoort en gelooft.

.

 

.

Met andere oren

.

Dat aantonen van de relevantie van de bijbelse boodschap kan naar de postmoderne hoorder toe niet langer in de vorm van een goed beargumenteerd betoog. Relevantie moet men niet alleen begrijpen met het hoofd, maar wil men vooral kunnen aanvoelen. Iets is relevant als het de hoorder raakt, iets in hem of haar losmaakt. Relevantie beleeft men in de eerste plaats op het nivo van de 'onderbuik': gaat er een snaar meetrillen, raakt het hen wat hier gezegd wordt. Dat is de manier waarop bij de postmoderne mens een boodschap landt. Het gaat wel degelijk om de inhoud van de boodschap, maar de vorm waarin die boodschap binnen kan komen bij de hoorders is echt anders dan 25 jaar geleden.

.

 

.

2.De postmoderne prediker

.

Met andere woorden

.

Waar de manier van luisteren zo ingrijpend veranderd is, zal ook de manier van preken moeten veranderen. Ergens voelen de meeste predikers dat wel aan, maar in de praktijk blijkt het moeilijk te zijn om de oude vertrouwde preekstijl, de klassieke opbouw te veranderen. De hoorder denkt beeldend, maar de prediker spreekt betogend. Een taal, een preektaal, die door velen niet meer wordt verstaan.

.

 

.

Luisterend naar veel verschillende preken van predikers die nog op de klassieke manier preken1[1] en predikers die bewust gericht zijn op de verkondiging aan de postmoderne hoorder, vallen een aantal verschillen op. Het zijn dezelfde elementen die ook terugkomen in de boeken en artikelen die de laatste 25 jaar in de Verenigde Staten verschijnen en die bekend geworden zijn als de beweging van de New Homiletic. Het gaat om predikers en homileten die zoeken naar vormen om de boodschap naar de postmoderne hoorder te communiceren. Daarbij richt hun aandacht zich vooral op de preekopbouw: hoe maak je van de bijbelse boodschap zo'n 'verhaal' dat mensen het begrijpen, dat het ze raakt en dat ze er iets mee doen in hun leven. De belangrijkste slogan van deze New Homiletic is dat een preek geen statisch betoog mag zijn, maar dat het een gebeuren is, een belevenis, een 'event'2[2].

.

 

.

Van foto naar film

.

Om te verduidelijken wat men daarmee bedoelt, wat de omslag in het preken is, zou je de oude preekstijl kunnen vergelijken met het maken van een foto. Veel 'oude' preken zoeken naar de theologische waarheid die in een bijbelse geschiedenis, evangelie of brief onder de oppervlakte verborgen is. Vervolgens wordt dat punt op allerlei manieren belicht, cirkelt men erom heen en wijst men de hoorder op wat het betekent. Samen kijk je naar een foto van een bijbelse waarheid.

.

De nieuwe preekopbouw daarentegen is te vergelijken met het maken van een film. Waar preken uitgaan van het bijbelgedeelte als een film, komen er heel andere dingen naar voren. Het beeldende van wat er staat wordt gebruikt, de beweging van het bijbelgedeelte komt sterk naar voren, de details worden gebruikt om het plaatje levendig en herkenbaar te maken.

.

Waar de preek meer heeft van een film dan van een foto, wordt de hoorder meegenomen op een reis door het schriftgedeelte. Niet het bespreken van enkele bijbelse waarheden, maar het meegenomen worden in wat er in dit bijbelgedeelte gebeurt, daar gaat het om. Met de woorden van Cornelius Plantinga, "The new homiletics celebrates pilgrimage, not propositions". Deze vorm sluit heel goed aan bij de manier waarop de hoorder in het TV-tijdperk gewend is om boodschappen te ontvangen en .... bij de manier waarop de bijbel geschreven is.

.

 

.

Van kriebel naar krabbel

.

Uitgangspunt bij deze wijze van preekopbouw is, kort samengevat, dat in ieder bijbelgedeelte een bepaalde spanning zit, dat het ergens jeukt. In de geschiedenissen en evangelieën uit de bijbel is dit direkt zichtbaar. Maar ook in de profetieën en de brieven is er sprake van een voelbare onderhuidse spanning: Paulus schrijft niet zomaar even een brief naar een gemeente. Er is een reden, hij is in gesprek met de lezers over een conflict of iets van groot belang. Waar uit zo'n gedeelte alleen wat theologische waarheden worden opgediept, komt wat er eigenlijk aan de hand is en wat zo'n brief zo relevant, zo herkenbaar en zo ingrijpend maakt te weinig aan bod. De beweging van de New Homiletic vraagt juist weer aandacht voor het verhaal, het drama in of achter het bijbelgedeelte. Pluk er geen losse elementen uit, maar laat je meenemen in wat daar gebeurt.

.

Zorg dat daarbij de spanning van het bijbelgedeelte bewaard blijft tot het einde, tot de climax, dat je toewerkt naar het 'plot'. Het 'plot' is daar waar Gods boodschap en de menselijke ervaring elkaar treffen. Dat kan doordat ze met elkaar botsen of doordat er antwoord wordt gegeven op een prangende vraag, twijfel of nood in de menselijke ervaring.

.

Daarbij moeten we wel uitkijken dat niet de menselijke ervaring het hart van de prediking vormt, maar wat God ons hierover te zeggen heeft. De boodschap moet het uitgangspunt blijven en die boodschap is soms radicaal anders dan mijn ervaringen. Maar die boodschap kan alleen dan landen als ook de menselijke ervaring in vizier is.

.

 

.

Preken: de boog moet gespannen staan

.

Om gehoord te worden, bekeken te worden of gelezen te worden moet er in ons mediatijdperk in je verhaal een bepaalde spanning zitten. Dat is een voorwaarde voor bijna alle communicatie: dat het naar een climax gaat. Predikers zijn niet gewend om zo te denken, zijn opgeleid met de stelregel dat de boodschap uit het gedeelte gedestilleerd en dat daarover doorgefilosofeerd moet worden. Daardoor komt het regelmatig voor dat je je al luisterend naar preken afvraagt: hoe komt het dat dit bijbelgedeelte zo spannend is en de preek erover zo saai? Het is zaak dat we ook in de prediking bewust zoeken naar die spanningsboog die in het bijbelgedeelte al aanwezig is en die de hoorder helpt geboeid te blijven luisteren.

.

 

.

Dit vraagt een nieuwe manier van heel bewust bijbellezen, niet alleen om de boodschap uit het gedeelte de destilleren, maar ook om de situatie, de context waarin zoveel menselijke maat zit, bewust te zoeken en in de verkondiging mee te laten klinken. Dan komt de verkondiging van wat God doet of zegt heel direkt en in verbinding met de Schrift tot klinken en zal het herkenbaar en relevant blijken voor de hoorders.

.

Wat dat betekent voor de stappen die je zet in de voorbereiding van de preek, zullen we in een volgend artikel behandelen. Waar het hier om gaat is: laat je meenemen door de spanning die er altijd is in het gedeelte, de spanning tussen God en mensen, tussen zonde en genade, tussen Gods woord en onze werkelijkheid. Waar die spanning op de preekstoel doorklinkt, zal men luisteren, omdat het over God en hen gaat!

.

 

.

[1] De klassieke preekopbouw gaat uit van wat de amerikanen noemen "three points and a poem", een opbouw die ruwweg bestaat uit een begin, waarin je vertelt wat je gaat vertellen, een middenstuk waarin je je punt uiteenzet en een slot, waarin je het geheel nog eens samenvat en concluderend afsluit. Een typische preekopbouw die gestoeld is op de retorica en gericht op een rationele uiteenzetting of verklaring van een boodschap. In de lees- en luistercultuur functioneerde dit model prima, in ons ervaringstijdperk van zien en beleven wordt dit niet meer opgepikt.

.

[2] Een indrukwekkend overzichtsartikel is hierover geschreven door Cornelius Plantinga Jr, de Dean van Calvin College in Grand Rapids. In het september/oktobernummer 1999 van Books and Culture schreef hij  het artikel "Dancing the Edge of Mystery". Hierin geeft hij de verschuiving binnen de amerikaanse homiletiek weer en schetst de ontwikkelingen die nu gaande zijn binnen de New Homiletic.

.

 

"Wij prediken Christus, de kracht van God en de wijsheid van God!" (1 Korintiërs 1:24)