HOME· NIEUWS· ARTIKELEN· ACTIVITEITEN· FORUM· LINKS· OVER PVP
Artikelen | 04 december 2002
Preken: roepen tot gemeenschap met Christus
Christus Preken 4

Door: dr. Jos Douma

'Wij prediken Christus, de kracht en de wijsheid van God!' Dit bijbelse motief uit 1 Korintiërs 1:24 is een fundamentele inspiratiebron voor Passie voor Preken. In vijf artikelen, die geschreven zijn als een vervolg op mijn dissertatie 'Veni Creator Spiritus', werk ik dit motief uit, onder de hoofdtitel: Preken is Christus preken. Dit is het vierde artikel.

.

In de voorbije jaren is er in de bezinning op de prediking meer aandacht gekomen voor de hoorders van de preek. Wie zijn zij? Hoe moeten we hen zien? Hoe kunnen we de preek zo op hen afstemmen dat de boodschap ook werkelijk landt? Aan die bezinning op de hoorder van de preek heb ik zelf ook een bijdrage geleverd door de uitdrukking 'aangevochten Godzoeker' te introduceren. Dat is me door velen niet in dank afgenomen. Je kunt de belijdende gemeente toch niet typeren als een verzameling aangevochten Godzoekers? In dit artikel wil ik daar graag een aantal opmerkingen over maken.

.

God zoeken

.

Het heeft mij steeds wat verbaasd dat er bij het geven van kritiek op de formulering 'aangevochten Godzoekers' weinig pogingen werden gedaan om te peilen wat ik daar nu precies mee bedoelde. Ik kan me goed voorstellen dat de uitdrukking, wanneer die wordt los- gelezen uit mijn verhaal, vragen oproept. Bij een Godzoeker gaan de gedachten al snel richting notoire twijfelaars of moderne theologen die eigen zoekplaatjes van God ontwerpen. Maar wie mijn verhaal over het 'God zoeken' leest, wordt allereerst meegenomen naar die oer-bijbelse uitdrukking die we zowel in het Oude als het Nieuwe Testament tegenkomen: God zoeken. Over deze zoek-beweging zeg ik ook: 'Ik zoek God omdat ik door Hem gevonden ben.' Daar begint het dus: bij God die mij gevonden heeft.

.

Aanvechting

.

Ook de term aanvechting in 'aangevochten Godzoeker' riep nogal wat reactie los. Hoezo aanvechting? We hebben in de kerk toch met een belijdende gemeente te maken? Ik vind dat een vreemde tegenstelling. Ons meest gebruikte belijdenisgeschrift, de Heidelbergse Catechismus, is juist geschreven met het oog op aangevochten christenmensen. Niet voor niets wordt er direct in het begin, in Zondag 1, gevraagd naar de enige troost. En troost (consolatio) is in de taal van de Reformatie altijd het antwoord op de aanvechting (tentatio). De aanvechting waarover de Catechismus spreekt is dan ook heel wat breder dan alleen maar: twijfel vanwege de Godsverduistering of het hebben van het gevoel dat God de Afwezige is. In 'Preken en horen' is dat allemaal ook na te lezen.

.

Godsverduistering

.

Wel ben ik me ervan bewust dat ik in mijn dissertatie over dit thema veel te kort ben geweest. Daar heb ik te gemakkelijk de situatie van de hoorders in de kerk gebracht op de noemer van Godsverduistering en secularisatie. Een zin als 'En daarom komt de hoorder 's zondags naar de kerk om opnieuw te horen dat de als Afwezige ervaren God wel degelijk de God van zijn leven is' is veel te eenzijdig.

.

Voor de uitdrukking 'de aangevochten Godzoeker' zal ik dan ook niet door het vuur gaan. Ze roept blijkbaar te veel misverstanden op om een vruchtbare rol te kunnen spelen in het gesprek over de prediking. Laten we die uitdrukking dan maar vergeten. Maar één ding moeten we niet vergeten. De secularisatie, in de betekenis van onmacht en onwil om met de levende God om te gaan, zit veel dieper in onze kerken dan we voor waar willen hebben. Met name ook die onmacht, die vaak naar buiten komt in de vorm van desoriëntatie, in het kwijtgeraakt zijn van zekerheden, in het leeggelopen zijn van de belangrijke woorden van het geloof. De discussie rond 'Henk Jasperse' heeft dat in elk geval aan het licht gebracht. En daarom moet ook het thema van de aanvechting hoog op de agenda van de gereformeerde prediking en het nadenken daarover staan. Spelen de aanvechtingen in onze spiritualiteit en prediking niet een veel te kleine rol? Mag het zinvol heten om te discussiëren over de vraag of de term 'Godsverduistering' wel deugt, als de zaak die daarmee wordt aangeduid levensgroot en levensbedreigend aanwezig is in de kerken?

.

Herkenning en relevantie

.

In de discussie naar aanleiding van mijn dissertatie en de artikelen die gebundeld zijn in 'Pre- ken en horen' werd ook ernstig gewaarschuwd tegen te veel aandacht voor herkenning en relevantie. Gaan we zo niet teveel in op de hoordersverwachtingen? Ik erken dat dat gevaar bestaat (hoewel we niet moeten vergeten dat hoordersverwachtingen niet per definitie illegi- tiem zijn: de Geest is tenslotte ook aan de gemeente gegeven). Maar het signaleren van een gevaar op de weg betekent nog niet dat je die weg niet moet gaan. Het gevaar van bijvoor- beeld te veel exegese in de preek is dat het een afstandelijk betoog wordt. Moeten we dus niet meer exegetiseren? Het gevaar van te veel aandacht voor de hoorder is dat de preek een ver- haal wordt dat naadloos aansluit bij de hoorderwerkelijkheid terwijl het evangelie in veel op- zichten een 'vreemd Woord' is. Moeten we dus geen aandacht aan de hoorder besteden?

.

Natuurlijk wel. En er is gelukkig ook niemand die beweert dat dat niet nodig zou zijn. Daar- om zijn ook de thema's van herkenbaarheid en relevantie van de Woordverkondiging van essentieel belang om te doordenken. Theologisch geldt in elk geval: de bijbel is per definitie relevant, omdat de Heilige Schrift het Woord van God is waarmee Hij ons aanspreekt. Dit theologische uitgangspunt moet vervolgens ook worden doorvertaald naar de concrete preek- praktijk. En dan gaat het er niet om dat er in de preek aardige verhalen worden verteld en leu- ke voorbeelden worden gegeven. Nee, dan gaat het erom dat de predikant laat zien hoe dit Woord van God dat via de preektekst naar de gemeente toekomt concreet wordt in het dage- lijkse leven van de hoorders. Daar zitten talloze hoorders op te wachten. En dat is volkomen terecht.

.

Trimp

.

Maar laat ik nu de draad weer oppakken van mijn schets van een geheroriënteerde preekvisie. Wat betekent temidden van deze homiletische thema's een hernieuwde concentratie op Chris- tus en de gemeenschap met Hem? Voordat ik daar zelf iets meer over zeg, laat ik prof. dr. C. Trimp aan het woord. In een opstel met de titel 'God brengt de mens ter sprake' (gepubliceerd in: A. Knevel (red.), Bevindelijke prediking, Kampen 1989, blz.104-109) brengt hij hierover fundamentele zaken naar voren. Zaken waarvan ik me wel eens afvraag: Is dit wel voldoende geland in de gereformeerd-vrijgemaakte kerken en in de praktijk van de vrijgemaakte predi- king?

.

Trimp zet zo in: 'Vraagt iemand dus: komt in de Christus-prediking de mens eigenlijk wel voor?, dan kan dat toch eigenlijk nauwelijks een vraag heten.' En even verder zegt hij: 'Mocht er ooit prediking plaatsvinden, waarin de mens geen kans krijgt zichzelf te herkennen, dan kan zulke prediking op de naam 'verkondiging' nauwelijks aanspraak maken - hoeveel solide uitleg van de tekst zij ook zou mogen bevatten.' Het thema van de herkenning staat dus al meer dan een decennium op de homiletische agenda!

.

Christus en ons hart

.

Trimp werk zijn stelling vervolgens in vier richtingen uit, die ik hier illustreer met enkele treffende citaten.

.

Christus-prediking 1. onthult het verzet van het mensenhart. 'De armetierigheid en kleinzieligheid van ons bestaan zullen in het licht van Christus' machtig Woord aan het licht komen, zoals Christus Zelf mensen ontdekt aan zichzelf: de zelfgenoegzame wetgeleerde, de rijke jongeling, de zelfvoldane rijke dwazen. Echte Christus-prediking zal ons doen verstaan, hoe weinig het Evangelie ons leven nog heeft aangeraakt en vernieuwd, hoe weinig liefde er in ons hart ontstoken is, hoe weinig vuur er brandt in ons hart voor de zaak van Christus in de wereld.'

.

Christus-prediking 2. brengt de tegenstem van het hart ter sprake. 'In het hart van de mens leeft ook tegenspraak tegen de goede boodschap, tegenspraak die vaak gevoed wordt vanuit diepe lagen van de menselijke persoon en omhoog komt uit diep verdriet, uit zware menselijke problematiek. In de prediking mogen wij die realiteit niet negeren, wij mogen er niet overheen kijken of haar met grote woorden overstemmen. Sterker gezegd: het is van grote betekenis, dat deze tegenstemmen in de prediking hoorbaar worden. Dan werpt de preek de echte vragen op, vragen die opkomen in het hart van de mens ten overstaan van Gods beloften en geboden. De reële vraag heeft in de prediking voorrang op het normatieve antwoord.'

.

Christus-prediking 3. geeft bezieling aan dat hart. 'In de prediking komt de levende Christus naar ons toe en Hij werkt aan ons en in ons door zijn Heilige Geest.' 'Een mens kan zijn levensblijdschap vinden in het heiligen van zijn leven voor God, terwijl hij beseft uit zichzelf daarvoor geen enkele aanleg te bezitten. (...) Op die wijze werkt de Geest in ons leven. De Bijbel noemt dat de vrucht van de Geest (Gal. 5:22). In de prediking moet daarom meer gezegd worden dan dat deze vrucht in ons leven behoort te zijn. De rijkdom van dat leven met God mag ook beschreven en aangeprezen worden. Er mag ook opgeroepen worden tot een persoonlijk en gemeenschappelijk bezig zijn met deze dingen. Er moet gewaarschuwd worden, wanneer men in eigen leven nooit iets van deze vreugde in het leven met God ondervindt. De prediking is er om aan de leden van de gemeente ook op dit punt leiding te geven.'

.

Christus-prediking 4. roept weerklank op in het mensenhart. 'De Heilige Geest wil de menselijke ziel - met al haar verzet, haar vragen en problemen - maken tot klankbodem van de hoge tonen van het Evangelie. (...) De Heilige Geest is in staat de hoge tonen van het Evangelie door de menselijke ziel te weerkaatsen. Wat uit de mond van de prediker komt, komt op allerlei manieren terug, omdat de woorden weerkaatst en vermenigvuldigd worden in de harten van mensen.' 'De weerklank van het Evangelie zal bij ieder mens een eigen intonatie dragen. Die weerklank vormt zich in zeer persoonlijke situaties en ieders gevoel spreekt op duidelijke wijze mee.'

.

Roeping

.

Mee op basis van het voorgaande zou ik Christocentrisch preken willen omschrijven als: 'roepen tot de gemeenschap met Christus'. Ik ontleen deze uitdrukking aan 1 Korintiërs 1 vers 9: 'God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here.'

.

Nu kun je de prediking met veel bijbelse woorden omschrijven: bedienen, verkondigen, uitroepen, aanzeggen enzovoort. Zou het niet heel vruchtbaar zijn om ook dat fundamentele bijbelse woord 'roepen' in het centrum van de homiletische aandacht te plaatsen? Preken is niet alleen een afkondiging van een stand van zaken. Preken is niet alleen als heraut het evangelie uitroepen. Preken is niet alleen bediening van het Woord. Preken is ook: 'roepen'. In de prediking klinkt Gods roepstem.

.

Gehoorzaamheid

.

Roepen is daarbij meer dan een constatering. Roepen is iets krachtigs. Het is het krachtige, belovende spreken van God, dat vraagt om gehoorzaamheid. Als God roept, gebeurt er wat. We zien dat ook geïllustreerd in de evangeliën als Christus zijn discipelen roept om Hem te volgen. Die roeping vindt niet plaats op basis van wat Jezus in de geroepenen ziet. Roeping sluit niet aan bij onze mogelijkheden maar bij Gods mogelijkheden. In het roepen klinkt Gods krachtige en scheppende stem in ons leven.

.

Zijn onze preken niet te vaak een goede uiteenzetting van een bijbelgedeelte met vervolgens een appèl (als dat appèl al komt)? Zouden onze preken niet veel meer appèllerend moeten zijn, staan in de toonsoort van de roeping? Want de levende Christus wil roepend ons leven binnenkomen, elke preek opnieuw. Hij roept ons tot een relatie.

.

Relatie

.

Jezus wil met ons in relatie leven. Hij wil gemeenschap met ons hebben. In preken waarin Christus sprekend naar ons toekomt worden we geroepen tot die gemeenschap met Hem. In die gemeenschap ontvangen we de verzoening van onze zonden door zijn bloed. In die gemeenschap leren we ook om te leven als navolgers van Christus. Het vernieuwende werk van zijn Geest krijgt gestalte in onze levens. En we leren ook wat het betekent om te delen in zijn lijden. Want dat hoort er ook helemaal bij. Christus volgen, leven in gemeenschap met Hem, omvat ook het kruisdragen en de zelfverloochening. 'Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetsstappen zoudt treden' (1 Petrus 2:21).

.

Hoorder

.

Als ik nu opnieuw iets zou schrijven over de vraag: 'Wie is de hoorder van de preek?', dan zou ik dat dus anders doen dan ik gedaan heb. Ik zou meer woorden gebruiken dan alleen 'aanvechting' en 'God zoeken'. Ook uitdrukkingen als bijvoorbeeld 'geheiligd in Christus', 'gerechtvaardigde zondaar' of 'door God geliefd schepsel' zouden gebruikt worden.

.

Maar heel veel nadruk zou ik nu vooral leggen op de hoorder als geroepene: ieder die zich begeeft onder de prediking van het Woord, gedoopt of ongedoopt, belijdend gemeentelid of buitenstaander, hoort in de prediking de roepstem van Christus. Hij roept ons tot de gemeenschap met Hem.

.

En weet u, leven in de gemeenschap met Christus, verbonden zijn met Jezus, dat is eindeloos concreet en praktisch en relevant. Want Jezus heeft wat te zeggen over alles in je leven. Leven met Christus, dat maakt verschil. Als je werkelijk luistert naar zijn roepstem, verander je in een rank. Hij is de Wijnstok. Zijn leven wordt mijn leven. Zijn kracht wordt mijn kracht. Zijn verwachtingen worden mijn verwachtingen. Zijn wijsheid wordt mijn wijsheid. Zijn gerechtigheid wordt mijn gerechtigheid. Zijn aanvechtingen worden mijn aanvechtingen. Zijn toekomst wordt mijn toekomst.

.

 

Bron: www.josdouma.nl

»
www.josdouma.nl
»
Verstaat u wat u zegt en hoort?
»
The Power in Preaching
»
Preken van vlees en bloed
»
Gezocht: Broodpreken
»
Spirituele Christologie
»
Application Without Moralism
»
Paradoxen van evangelisch preken
»
Christocentrische prediking
»
De crisis der echtheid
»
De preek als Stem van Christus
»
How Does Unction Function?
»
Wat is ‘expository preaching’?
»
De kerk moet nu spreken
»
Preken moeten over het leven gaan
»
A Primer on Preaching like Jesus
»
Only Human
»
Het geheim van de preek
»
How the Text Can Form the Sermon
"Wij prediken Christus, de kracht van God en de wijsheid van God!" (1 Korintiërs 1:24)