HOME· NIEUWS· ARTIKELEN· ACTIVITEITEN· FORUM· LINKS· OVER PVP
Artikelen | 05 oktober 2002
Wat is ‘expository preaching’?

Door: drs. Paul Waterval

‘Expository preaching’. Veel predikanten en theologiestudenten hebben wel eens van deze term gehoord, maar weten niet precies wat ermee bedoeld wordt. Om wat voor type prediking gaat het eigenlijk? In dit artikel geef ik aan de hand van een selectie uit belangrijke literatuur (zie onder dit artikel) over ‘expository preaching’, een beknopte beschrijving van dit fenomeen. De volgende zaken komen aan de orde: terminologie, definitie, kenmerken, doelstelling, voordelen, geschiedenis, methodiek en vorm. Ik sluit af met enkele conclusies.

.

Terminologie

.

Wat betekent de term ‘expository’ eigenlijk? Wie daarvoor bij de grote woordenboeken van de Engelse taal te rade gaat, ziet dat het woord etymologisch afstamt van het Latijnse exponere (meer specifiek expositus en expositorius). Wat het Engels betreft, is het een morfologische afleiding van het werkwoord expound, waar ook de woorden exposition en expositor van zijn afgeleid. Expound heeft de volgende algemene hoofdbetekenissen: ‘uiteenzetten’ (set forth), ‘uitleggen’ of ‘verklaren’ (explain), ‘interpreteren’ (interpret) en ‘toelichten’ of ‘verhelderen’ (comment). Daarnaast onderscheidt men de meer specifieke betekenis van het interpreteren, verklaren of verhelderen met betrekking tot de Heilige Schrift of religieuze teksten. (In die zin is exposition dus een ‘terminus technicus’) De moderne Engelse bijbelvertalingen gebruiken bij voorkeur explain waar de King James Version expound heeft. In de literatuur wordt dan ook meestal het woord ‘explanation’ in plaats van ‘exposition’ gebruikt. De conclusie mag in ieder geval zijn dat expository (of soms ook ‘expositional’) preaching zoiets betekent als: verklarende, uitleggende prediking.

.

Daarnaast wordt er door sommige homileten een verband gelegd met het werkwoord expose, (‘blootleggen’) als tegenovergestelde van ‘impose’. Vanuit de functie van de verklaring als ‘openen’ en daarmee toegankelijk en begrijpelijk maken van wat duister en moeilijk is in de inhoud van de tekst is dit begrijpelijk, maar taalkundig klopt het niet helemaal. 

.

Definitie

.

Het zal duidelijk zijn dat het lexicale gegeven van de ‘uitleg’ in de homiletische literatuur ook terug te vinden is in omschrijvingen van het begrip ‘expository preaching’. Ik geef daarvan twee voorbeelden.

.

“By ‘expository’ preaching we mean preaching which explains a received written text, or more specifically, preaching which explains the meaning of a portion of that text which has already been accepted as being a part of that canonical writing known as ‘Holy Scripture’.” (L. Nixon, John Calvin, Expository Preacher, 13)

.

“An expository sermon expounds Scripture by deriving from a specific text main points and subpoints that disclose the thought of the author, cover the scope of the passage, and are applied to the lives of the listeners.” (Brian Chapell, Christ-centered preaching, 129)

.

‘Expository preaching’ is dus prediking waarin de Schrift wordt uitgelegd. De tweede definitie stelt tegelijk dat deze prediking ook toepassing inhoudt en dat element zie je in meer definities terug (ik kom daar later op terug), maar de aanduiding ‘expository’ geeft toch duidelijk het kenmerkende ‘sine qua non’ aan. Dit is een onomstreden punt in de literatuur. Tegelijk is het daarom opvallend om te zien dat dit ogenschijnlijk vanzelfsprekende gegeven door diverse auteurs desondanks sterk benadrukt wordt. De term ‘expository preaching’ blijkt namelijk nogal verschillend te worden opgevat. Sidney Greidanus wijst erop dat ‘expository preaching’ door sommigen namelijk niet alleen onderscheiden wordt van ‘topical preaching’ maar ook van ‘textual preaching’. Hij verzucht dan: “With that complication, the term expository preaching took on so many misleading connotations to make it practically useless.” Zo claimen sommigen dat ‘expository preaching’ gebaseerd is op een bijbelpassage langer dan twee of drie versen, dat zowel de hoofdpunten als de secundaire punten van een preek afgeleid moeten worden uit de tekst, dat het ‘verse-by-verse’ uitleg is of een continue uitleg van een heel bijbelboek (ibid.). Greidanus wil daarom terug naar de oorspronkelijke en duidelijke betekenis van ‘expository preaching’ als prediking waarin het Woord van God wordt verklaard. Ook J. Stott en J.I. Packer zijn ongelukkig met de opvatting van de term ‘expository preaching’ als prediking waarin het zou gaan om vers-voor-vers verklaring van een lang Schriftgedeelte. Voor hen slaat de term op de inhoud en niet op methode, vorm of omvang van de tekst.  Een algemeen aanvaarde definitie van ‘expository preaching’ bestaat dus eigenlijk niet.

.

Kenmerken

.

Sommige auteurs, zoals P. Borden, zien vanwege de variëteit aan definities bewust af van een eigen poging tot definiëring en volstaan met het aangeven van, de in hun ogen belangrijkste, kenmerken. W. Liefeld heeft een lijstje kenmerken opgesteld dat gezag geniet, want Borden neemt het over. Alle echte ‘expository sermons’ voldoen naar Liefelds mening minimaal aan de volgende kenmerken:

.

1. Een ‘expository sermon’ is gebaseerd op één Schriftgedeelte (cursivering door de auteur, PW). Verwijzingen naar andere gedeelten moeten voldoen aan de eis dat ze direct relevant, illustratief of ondersteunend zijn voor de boodschap van het betreffende gedeelte. Een 'expository sermon'  mag ook een themapreek (‘topical message’) zijn, mits de informatie over het thema ontleend is aan één tekstgedeelte. Verwijzing naar andere Schriftplaatsen is ondergeschikt aan de uitleg van het centrale gedeelte.

.

2. Een 'expository sermon' is op hermeneutisch integere wijze gemaakt. Ze is trouw aan de tekst in die zin dat ze de belangrijke elementen daarvan in dezelfde balans weergeeft en met dezelfde intentie als van de oorspronkelijke auteur. De preek is dienstbaar aan de tekst en ‘gebruikt’ deze niet. Als de preek geen blijk geeft van besef met betrekking tot het literaire genre, de oorspronkelijke intentie, de verhaallijn of het redebeleid, en de geïntendeerde betekenis en toepassing van de tekst, is deze niet ‘expository’.

.

3. Een 'expository sermon' bevat samenhang (‘cohesion). De inzichten  uit exegese (dogmatisch, ethisch of wat dan ook) verliezen hun waarde als ze niet in bruikbare samenhang worden gepresenteerd. 

.

4. Een 'expository sermon' bevat beweging en richting. De preek kan alle belangrijke elementen behandelen, maar tegelijk er niet in slagen de hoorder te bewegen in de richting die de oorspronkelijke bijbelschrijver bedoeld heeft. Aandacht voor gegevens in de tekst die deze beweging en richting aangeven, is wezenlijk.

.

5. Een 'expository sermon' bevat toepassing. Deze mag de bedoeling, betekenis of functie van de tekst in zijn oorspronkelijke setting niet aantasten. Zonder toepassing is een 'expository sermon' slechts ‘exposition’ en geen 'expository preaching', oftewel: slechts informatie en geen boodschap.

.

Greidanus, die 'expository preaching' graag op een brede manier opvat noemt slechts het in zijn ogen belangrijkste kenmerk: “The outstanding characteristic of expository preaching is that it uses the Bible as the source. It seeks to give an exposition of Scripture.”

.

Uit deze twee voorbeelden blijkt al dat er ook over de kenmerken van 'expository preaching' verschil, van mening bestaat.           

.

Doelstelling

.

Hoewel de genoemde definities en kenmerken al wel iets laten zien van de doelstelling van ‘expository preaching’, is het toch nuttig om wat specifieker in te zoomen op dit punt in de literatuur. Niet alle auteurs gaan er expliciet op in, maar van enkele die het wel doen, geef ik kort iets weer.

.

H.W. Robinson, stelt dat het doel van expository preaching identiek is aan dat van de Schrift zelf. Prediking en onderricht vinden plaats zodat daardoor de Heilige Geest het leven en de bestemming van mensen kan veranderen. De Geest spreekt vanuit (niet over) de Schrift tot mensen over henzelf. Volgens B. Chapell streeft expository preaching ernaar de exacte betekenis van het Woord te ontdekken en over te dragen. Daarmee is het dienstbaar aan het werk van de Heilige Geest die door middel van de prediking het plan van God uitvoert om de harten van mensen in overeenstemming te brengen met zijn wil. W.L. Liefeld onderscheidt meerdere doelen van ‘expository preaching’. Één daarvan is volgens hem vaak onderbelicht gebleven, namelijk het brengen van het goede nieuws in de evangelisatie. Het presenteren van het kerygma van de vergeving van schuld is namelijk slechts zinvol in een bredere context van verklarend onderwijs over Gods karakter, zijn eigenschappen, verzoening door voldoening enzovoorts. Een ander doel van expository preaching is het lenigen van menselijke noden. Iedere Schifttekst staat namelijk binnen een ‘real life setting’ van waaruit een persoonlijke toepassing gemaakt kan worden. ‘Expository preaching’ is dan het beste middel om onze naasten te helpen ontdekken hoe God mensen in hun nood te hulp schoot en dat nog steeds doet. ‘Expository preaching’ heeft volgens Liefeld verder als doel Gods wil aan de gelovigen duidelijk te maken en hen toe te rusten om beslissingen te maken die daarmee overeenstemmen. Een ander belangrijk doel van ‘expository preaching’ is het aansporen van de gemeente tot een reactie in geloof, gehoorzaamheid en geestelijke groei. ‘Exposition’ alleen kan als beschrijving van wat de tekst zegt, cognitief bevredigen maar daarmee ook iets vrijblijvends houden. Expository preaching is meer omdat het doelgericht mensen wil motiveren. Verder vindt Liefeld expository preaching ook uitermate geschikt om dogma’s te onderwijzen. Behandeld in de contekst van de Schrift en van daaruit toegepast op het hedendaagse leven, wint het dogma aan objectiviteit. Het laatste en hoogste doel dat Liefeld noemt is dat van de aanbidding van God en de lof van zijn naam. Expository preaching wijst ons - vanuit de centrale plaats die het in de gereformeerde eredienst heeft - op het Woord en daarmee op de heilige God in wiens aanwezigheid we mogen verkeren.

.

Voordelen

.

Zelf staande in de Nederlandse gereformeerde homiletische traditie is het me bij de bestudering van de literatuur over ‘expository preaching’ opgevallen hoe vaak er over de ‘voordelen’ van deze prediking geschreven wordt. Nu zal dit deels wellicht te maken hebben met de wat meer pragmatische benadering die de Angelsaksische wereld, ook de theologische, in het algemeen kenmerkt. Maar het heeft, denk ik, tegelijk te maken met een apologetische inslag die te plaatsen is tegen de historische achtergrond van het anti-autoritaire denken van de verlichting en het postmodernistische pluralisme dat ook in de Engelstalige wereld de bijbelgetrouwe theologie (inclusief de homiletiek) in een minderheidsstroming heeft doen belanden. Hoewel, zo is mijn inschatting, voor de meeste orthodox-evangelicale predikers 'expository preaching' tegenwoordig de standaard preekmethode is, is het voor vele anderen in de Angelsaksiche wereld slechts één van de vele preekmethoden waaruit men zou kunnen kiezen. Het opsommen van een rijtje voordelen van 'expository preaching' als overtuigd Schriftgebonden prediking is dan goed te begrijpen. Laat ik de belangrijkste hier noemen. Allereerst de voordelen die vooral voor de prediker gelden:

.

1. ‘Expository preaching’ stelt grenzen aan een subjectieve invulling van de prediking. Het bindt de prediker aan de tekst van de Schrift als de bron van prediking en aan de oorspronkelijke betekenis van de tekst. Het verkondigen van eigen inzichten wordt daarmee (beter) vermeden. (J. Stott)

.

2. ‘Expository preaching’ geeft de prediker vertrouwen om te preken. God zelf verleent er gezag aan, ook in moeilijke omstandigheden. Dat geeft een gevoel van vrijheid. (B. Chappell)

.

3. ‘Expository preaching’ bindt de preker aan de enige krachtbron voor echte geestelijke verandering, de Schrift. (B. Chappell)

.

4. ‘Expository preaching’ zorgt ervoor dat in de discussie over de relevantie van de prediking Gods eeuwige waarheid de centrale aandacht krijgt. (D.A. Carson)

.

5. ‘Expository preaching’ bevordert de geestelijke groei van de prediker. (S. Ferguson)

.

6. Bij een vers-voor-vers benadering zorgt ‘expository preaching’ ervoor dat de prediker niet heen kan om de hete hangijzers. (D.A. Carson)

.

7. Een lectio-continua aanpak van ‘expository preaching’ stelt de prediker in staat de ‘volle raad Gods’ te verklaren. (ibid.)

.

8. ‘Expository preaching’ komt zowel qua inhoud als stijl het meest dichtbij de prediking in de Schrift. (R.L. Mayhue)

.

9. ‘Expository preaching’ garandeert voldoende preekmateriaal. (ibid.) Ook wat betreft de toepassing. De context van een tekstgedeelte bevat meestal indicaties over hoe het moet worden toegepast. Goede bestudering van achtergronden en redebeleid kan helpen om de tekst zijn oorspronkelijke toepassende functie te geven. (W.L. Liefeld)

.

10. ‘Expository preaching’ maakt de vormgeving van de preek gemakkelijker omdat de literaire structuur van de tekst daarvoor belangrijke aanwijzingen biedt. (ibid.)

.

11. ‘Expository preaching’ biedt een grote variëteit in preektypes. Men kan preken over een vers, een passage, een thema of leerstuk of over een bijbelfiguur. (H.W. Robinson)

.

Daarnaast worden er ook voordelen genoemd die vooral de gemeente en de hoorders betreffen.

.

1. ‘Expository preaching’ versterkt het gezag en centraliteit van de Schrift in het leven van de kerk.27 Het bevordert daarmee bijbels denken en leven. (R.L. Mayhue)

.

2. ‘Expository preaching’ geeft de hoorders meer zekerheid dat ze het Woord van God horen dan thematische prediking. (S. Greidanus)

.

3. ‘Expository preaching’ geeft de gemeente een grotere kennis van en beter inzicht in de Schrift. (J. MacArthur)

.

4. ‘Expository preaching’ biedt de hoorders een goed model voor het lezen en bestuderen van de Schrift. (S. Ferguson)

.

5. ‘Expository preaching’ bevordert de kritische functie van de gemeente omdat het de hoorders voorziet van tekstuele criteria waarmee het gesproken Woord kan worden getoetst aan het geschreven Woord. (S. Greidanus)

.

Geschiedenis

.

De geschiedenis van 'expository preaching' begint, volgens de meeste auteurs die aan dit onderwerp aandacht besteden, in de bijbelse periode. S. Greidanus wijst erop dat in vergelijking met de profeten bij de apostelen pas eigenlijk echt gesproken kan worden van prediking op basis van uitleg van de Schrift. Anderen zien echter ook in het Oude Testament al duidelijke voorbeelden van 'expository preaching', met name bij Mozes en Ezra, maar ook bij Jozua, David, Salomo, Jozia, Samuël, Jesaja, en Jeremia. In het Nieuwe Testament is Christus zowel ‘model’ als ‘message’ van 'expository preaching'. Verder worden genoemd: Johannes de Doper, Petrus, Philippus en natuurlijk Paulus. Voorzover de prediking in de vroege kerkgeschiedenis daarna uitleg van de Schrift bevatte, worden de volgende personen als ‘true expositors’ genoemd: Cyprianus, Origenes, Basilius de Grote, Gregorius van Nyssa, Gregorius van Nazianze, Augustinus en (‘last but not least’): Chrysostomus. Als 'expository preachers' in de middeleeuwen worden genoemd: Bernard van Clairvaux, John Wyclif, William Tyndale, Johannes Hus en Girolamo Savonarola. Een bloeitijd voor 'expository preaching' brak aan met de hervormers: Luther, Zwingli en vooral Calvijn. In de literatuur wordt het spoor van 'expository preaching' in de tijd daarna alleen nog in Engelstalige landen gevolgd. Met name de Puriteinen worden dan als eerste genoemd: William perkins, Thomas Goodwin, Richard Baxter, Thomas Manton, John Bunyan en John Owen. In de achttiende eeuw kreeg (volgens Stitzinger) de prediking onder invloed van de ‘Evangelical Awakening’ (met name John Wesley en George Whitefield) een meer ‘topical’ karakter, hoewel in diezelfde eeuw de traditie van 'expository preaching' bewaard bleef bij predikers als John Gill, Matthew Henry, Andrew Fuller, Robert Hall en John Brown. Beroemde negentiende-eeuwse vertegenwoordigers zijn Alexander Maclaren, James H. Thornwell, John A. Broadus, John C. Ryle, Joseph Parker, Charles Spurgeon. Monumenten van ‘expository preaching’ en ‘Bible exposition’ uit diezelfde eeuw zijn Alexander Maclaren’s 32-delige The Expositor’s Bible en de oprichting van bladen als de Expository Times door William Hastings (1899) en The Expositor door W.R. Nicholl. Als grote 'expository preachers' van de twintigste eeuw worden onder andere genoemd: (wat de U.S. betreft) Harry Allan Ironside, Donald Grey Barnhouse, James Montgomery Boice, John MacArthur (en wat Groot-Britannië betreft) James Denny, William Barclay, George Campbell Morgan, John Stott, Dick Lucas en D. Martyn Lloyd-Jones. De laatstgenoemde drie, maar vooral Lloyd-Jones, hebben veel betekend voor  de ‘revival’ van de traditie van 'expository preaching' in de Britse eilanden. Volgens B. Chapell is ‘expository preaching’ de laatste 150 jaar bezig aan een ‘come-back’. Hij noemt daarvoor twee redenen. Allereerst de evangelicale zoektocht naar een middel om de erosie van het gezag van de bijbel tegen te gaan en, ten tweede, de bijna universele toegang tot bijbelgetrouw materiaal. Chapell ziet John A. Broadus, auteur van het handboek On the preparation and delivery of sermons als ‘the father of modern expository preaching’. Diens handboek vormde zijns inziens de codificering en popularisering van de ‘expository method’. Voorbeelden van organisaties die momenteel het ideaal van ‘expository preaching’ promoten, zijn The Master’s Seminary in de V.S. en The Proclamation Trust in Groot- Britannnië.

.

Methodiek en vorm

.

De literatuur over 'expository preaching' bevat vrij veel aandacht voor methodische en formele kwesties, met name in de vorm van beschrijvingen van het preekvoorbereidingsproces. Het is uiteraard ondoenlijk om van dat alles hier een samenvatting te geven. Ik volsta hier met enkele observaties over zaken die me in de literatuur zijn opgevallen.

.

Wat het preekvoorbereidingsproces betreft, valt op dat de lineaire volgorde ‘exegese en toepassing’ standaard is. Aandacht voor hoordersvragen vóór of tijdens de exegese ben ik nergens tegengekomen. Wel wordt de fase van exegese en ‘exposition’ door sommigen duidelijk onderscheiden, waarbij in de fase van de ‘exposition’ aandacht voor de hoorder meespeelt, bijvoorbeeld in het selecteren van de resultaten van de exegese. Voor een enkeling is de uitwerking van de homiletische structuur geen aspect van de verklaring, maar van de toepassing.

.

Ten aanzien van de structuur van de 'expository sermon', valt op dat men een puur analytische (‘running commentary’) benadering afwijst. De voorkeur gaat heel duidelijk uit naar een synthetische of synthetisch-analytische aanpak. De prediker moet in zijn verklaring de centrale gedachte van een tekst opsporen en uitwerken. H.W. Robinson behandelt dit onder de vraag “What’s the big idea?” In de literatuur bestaat brede overeenstemming over het feit dat de structuur van de preek (de ‘homiletical outline’, d.w.z. thema-en-verdeling) niet samenvalt met die van de preek (‘exegetical outline’) Maar over de criteria die meespelen bij de keuze voor een afwijkende vorm bestaat wel verschil van mening.

.

Conclusies

.

- Een algemeen aanvaarde definitie van 'expository preaching' is er niet. Wel is er overeenstemming over het feit dat het in ieder geval gebaseerd is op uitleg van een of meerdere Schriftgedeelten. Dat volgt ook uit de naam. 'Expository preaching' wil daarmee prediking zijn waarin het primaat van de tekst gehonoreerd wordt.

.

- Ook over de kenmerken van 'expository preaching' bestaat verschil van inzicht. Toch springt de binding aan de Schrift als bron en aan de oorspronkelijke bedoeling van de auteur er wel uit. Daarnaast wordt ook de toepassing als onmisbaar element vaak genoemd.

.

- 'Expository preaching' wordt geacht vele voordelen te hebben boven andere preekmethoden. Deze voordelen zijn uiteindelijk een afgeleide van de unieke en veelzijdige waarde van de Schrift zelf.

.

- 'Expository preaching' is duidelijk het tweelingbroertje van de gereformeerde prediking in Nederland. Gezien de uitgangspunten en doelstellingen van onze eigen homiletische traditie behoren we internationaal tot dezelfde stroming. Dat is ook niet verwonderlijk gezien de gemeenschappelijke historische band met de Reformatie. Het zou ons dan ook niet hoeven te verbazen als een Angelsaksische homileet onze prediking als een vorm van 'expository preaching' zou beschouwen.

.

 

.

De volgende publicaties zijn belangrijke monografiën over dit onderwerp:  W.L. Liefeld, New Testament Exposition. From text to sermon (Carlisle: Paternoster Press, 1995) ; H.W. Robinson, Biblical preaching: The Development and Delivery of Expository Messages (Grand Rapids: Baker Book House, 1980); J. McArthur, Rediscovering expository preaching (Dallas: Word Publishing, 1992); B. Chapell Christ-centered preaching: redeeming the expository sermon Grand Rapids (Baker Books, 1994)

Achtergrondinformatie
Dit artikel is een bewerking van het derde hoofdstuk van de doctoraalscriptie, getiteld: Met twee woorden spreken. Een onderzoek naar de omschrijving van de prediking als ‘verklaring en toepassing’ in de Nederlandse en Angelsaksische gereformeerde homiletiek, april 2000, Theologische Universiteit Kampen (Broederweg).
»
Only Human
»
How the Text Can Form the Sermon
»
A Primer on Preaching like Jesus
»
Het geheim van de preek
"Wij prediken Christus, de kracht van God en de wijsheid van God!" (1 Korintiërs 1:24)