HOME· NIEUWS· ARTIKELEN· ACTIVITEITEN· FORUM· LINKS· OVER PVP
Artikelen | 19 augustus 2003
Wat ik van een preek verwacht

Door: Marja Brak

.

Zondagavond. Een dominee dicht:

.
.

Ik zie de hele nacht die lege kerkgezichten
waar ’t Woord op afstoot naar mijn lege hart retour (….)
Laat me alsjeblieft met rust! Kan niemand dan begrijpen,
dat preken leven is en sterven tegelijk (…)
En nu moet ik dan maar voor jullie plaats bekleden,
gaapkoppen, slaapkoppen, domkoppen, kinderen van God.

.

Dat was Okke Jager, zo’n 50 jaar geleden.

.

Vijftig jaar later zijn we zo ver dat zo’n gaapkop, slaapkop, domkop – maar hoera: ook kind van God - haar zegje mag doen. Over wat voor haar een overtuigende preek is.

.

Een jaar of zeven geleden werd mij gevraagd een ervaringsverhaal over de kerkdienst, inclusief de preek, te schrijven voor het blad Kontekstueel. Dat was toen behoorlijk brutaal: een hoorder die het waagt commentaar op de preek te hebben! De jaren daarna kwamen er conferenties over de preek, maar de discussie werd voornamelijk gevoerd door dominees onder elkaar. Bakkers, die met elkaar over de kwaliteit van brood praten dat ze zelf niet eten.

.

Het tij is gekeerd. Op een dag van ‘Passie voor preken’ komt - ruim vier uur na de aanvang van het programma, en twee/drie dominees en een psychiater verder - de eerste hoorder al aan het woord. Dat schiet dus lekker op.

.

Wat verwacht ik van een preek:

..

1. Dat ik iets opsteek. Het moet geen beschouwing zijn, maar ook geen vlot verhaaltje dat nergens prikt. Want zo is de Bijbel niet. Er moet bij het maken van de preek gespit zijn tot de schat in de akker van het bijbelgedeelte is gevonden. Met minder kan het niet toe.

.

2. Als de nood en de dood toeslaan om mij heen of in de wereld – en dat gebeurt nogal eens – vliegt de vraag me aan: Waar was God? Waar is God? Dan heb ik het nodig dat iemand mij vanaf de preekstoel toeroept dat God er wis en waarachtig is, er bij is. Het wemelt in de kerk van vragers zoals ik.

.

3. Ik heb zoals velen te kampen met een hoog werk- en leeftempo. Dat maakt je nogal eens kort door de bocht, scherp, egoïstisch. Waar word je nog gecorrigeerd? Daarom is het zaak dat ik in de preek op mijn nummer gezet word. In de kerk zitten heel wat van die drukke mondige baasjes en bazinnetjes die wel eens een beetje mogen dimmen. Klein voor God worden.

.

4. Van veel mensen wordt nogal wat gevraagd of ze vragen (te) veel van zichzelf. Het gevolg is vaak het gevoel tekort te schieten, te falen, nooit genoeg te doen. Daarom hoop ik dat de ontferming van God doorklinkt in de preek. We hoeven niet méér te zijn dán we zijn. Hij kent ons door en door, vergeeft en vernieuwt. Veel mensen hikken op zondag al tegen de maandag aan. Geef ze moed.

.

5. Steeds meer mensen léven alleen en flink wat mensen zíjn alleen, ook in relaties en gezinnen. Ze hebben het nodig te horen dat God hen dichter nabij is dan wie ook. Een praktisch punt hierbij: ik denk dat danig onderschat wordt dat het geen pretje is om alleen naar de kerk te gaan. Zelf moet ik er altijd weer een aanloop voor nemen. Daarom zet ik op zondagmorgen, terwijl ik met mezelf ontbijt om negen uur soms even ‘Hour of power’ aan. Alleen maar om de eerste zinnen van Robert Schuller senior te horen: ‘Dit is de dag die de Here gemaakt heeft. Laten we ons verheugen. God houdt van u en ik ook.’ Dat is voor mij voldoende om weer te gaan. Tussen haakjes een ijzersterk begin van een kerkdienst.

.

Vijf punten. Ik zou er meer kunnen noemen. Of heel andere. Laat ik het allemaal samenvatten: Voor mij is een preek de kerkgang waard als ik tijdens de dienst een papiertje uit mijn tas haal en één zin opschrijf. Soms twee. Soms meer. Maar eigenlijk heb ik er het liefst maar één. Zo’n mosterdzaadje waar alles in zit. Een voorbeeld van zo’n allesomvattende zin: ‘Er ligt geen doem op je leven, maar een claim.’ Daar kan ik een week van leven. (Ik zou wel eens in uw preken willen neuzen, op zoek naar zo’n zin.)

.

Het is mooi dat er meer aandacht komt voor de preek en dat het hier vandaag vol zit. Maar ik denk dat het er vooral om gaat wie en wat de prediker zelf is. Ik verwacht een profeet, een leraar, een herder op de preekstoel, maar vooral een mens die zich in het hart laat kijken. Iemand die het Woord spelt, om de Geest bidt en vervolgens in eerste instantie tegen zichzelf preekt.

.

Okke Jager, toch niet de minste onder de predikers, had er af en toe niet zo’n hoge pet van op, van dat preken van hem. Ik begon met zijn gedicht ‘Zondagavond’. Het slot daarvan is een wanhoopskreet:

.
.

Och Here Jezus, Jezus, Jezus, houd mij tegen, -
ik spring de preekstoel af, de kerk wordt een ravijn.
Gij hebt de engel der gemeente willen schrijven,
en Zelf hebt Gij het ondertekend met een snik:
‘Houd je maar kalm, Ik zal het ook wel blijven.
En houd maar veel van deze mensen – zoals Ik.’

.

Het grote gebod voor ieder die preekt lijkt mij: Houd veel van Jezus en houd evenveel van je hoorders als Hij.

»
Preken leren van Jezus 1
»
Communication
»
De ketterij van de toepassing
»
Preaching for Revival
»
Weten ze dat je van hen houdt?
»
Connecting through Purpose in Preaching
»
Preken leren van Jezus 4
»
Preken leren van Jezus 3
»
Preken leren van Jezus 2
»
Preken: roepen tot gemeenschap met Christus
»
Verstaat u wat u zegt en hoort?
»
The Power in Preaching
»
Gezocht: Broodpreken
»
Preken van vlees en bloed
»
Spirituele Christologie
»
Application Without Moralism
»
Paradoxen van evangelisch preken
»
Christocentrische prediking
»
De crisis der echtheid
»
De preek als Stem van Christus
»
How Does Unction Function?
»
Wat is ‘expository preaching’?
»
De kerk moet nu spreken
»
Preken moeten over het leven gaan
»
A Primer on Preaching like Jesus
»
Only Human
»
Het geheim van de preek
»
How the Text Can Form the Sermon
"Wij prediken Christus, de kracht van God en de wijsheid van God!" (1 Korintiërs 1:24)