HOME· NIEUWS· ARTIKELEN· ACTIVITEITEN· FORUM· LINKS· OVER PVP
Artikelen | 21 juni 2007
De persoonlijkheid van de prediker

Door: drs. Ron van der Spoel

Accentsverschuivingen

 

De laatste tijd wordt er in de homiletiek regelmatig aandacht besteed aan de persoon van de prediker. De homiletiekgeschiedenis laat zich lezen als een telkens wisselend accent op een van de drie kernen van het preekproces: de Boodschap, de hoorder en de prediker. Daarbij is de nieuwste ontwikkeling meestal een reactie op een doorgeslagen accent op een van die drie in de periode ervoor.

Na de periode van aandacht voor de subjectiviteit van de predikant aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw, kwam Barth’s reactie met de Wort-Gottes theologie, waarin de subjectiviteit van de prediker zoveel mogelijk wegvalt achter de objectiviteit van het verkondigde Woord. Het gevolg van dit benadrukken van het objectieve Woord was dat de hoorder niet echt in vizier kwam, hetgeen weer een reactie opleverde in de 60er jaren. Onder leiding van Ernst Lange werd toen weer bewuste aandacht gevraagd voor de homiletische situatie van de hoorder. Je kan wel een duidelijke boodschap hebben, maar landt die boodschap wel bij de hoorders? De intermenselijke communicatie kwam daardoor ook steeds meer in vizier en daarmee deden in de 70-er en 80-er jaren allerlei nieuwe preekvormen en spreektechnieken hun intrede in de homiletische doordenking. Vooral vanuit de angelsaksische homiletiek ging men op zoek naar hoe de boodschap gecommuniceerd kan worden naar de mensen van vandaag.

Het postmodernisme had inmiddels de westerse wereld in alle lagen beïnvloed en de moderne media hadden de manier waarop mensen informatie ontvangen en verwerken toen al heel sterk bepaald. Wil je mensen bereiken met een boodschap, kan dat niet langer door het verkondigen van allerlei waarheden uit de Schrift, zo ontdekten ook de homileten in de VS, maar dan moet je ze meenemen, betrekken bij wat er gebeurt in het bijbelgedeelte. Het gaat niet meer alleen om het uitleggen en toepassen van wat er staat geschreven, het gaat erom dat ze aanvoelen waar het hier nu ten diepste om gaat[1]. Eėn van de gevolgen van deze ontwikkeling in de samenleving en bij de hoorders is dat er op een andere manier gepreekt moet worden. De manier waarop een boodschap gebracht wordt, is tegenwoordig belangrijker dan ooit tevoren. Zoals het in de politiek, in het onderwijs en in de media zeker zo belangrijk is wie iets zegt, als wat er wordt gezegd, zo werkt die ontwikkeling ook door in de kerk. Wil je mensen overtuigen van de relevantie van de bijbelse boodschap, speelt de boodschapper daarin een grote rol. Dat past bij het begin van de 21e eeuw, maar het past mijns inziens ook bij het verkondigen van het Evangelie an sich. Het is inherent aan verkondigen, dat de verkondiger er toe doet. Preken is namelijk een manifestatie van het geïncarneerde Woord, een door God bedoeld menselijk spreken om het Goddelijk Woord hoorbaar en verstaanbaar te maken. God is mens geworden en wil dat het goddelijke op die puur menselijke manier tot klinken wordt gebracht. Omdat het Woord vleesgeworden is, gebruikt God gewone mensen met hun eigenaardigheden om dit Woord te verkondigen. Zowel de incarnatie van het Woord als de incarnatie in de prediking getuigen van die geweldige beweging van God naar mensen.

 

De prediker als getuige

Wat is dan de specifieke rol van de prediker, wat is zijn opdracht in het preken? Er zijn veel kernwoorden voor het preken aan te geven, er zijn even zovele beelden voor de prediker te noemen[2], maar als Jezus vlak voor zijn hemelvaart de discipelen de wereld in stuurt drukt hij ze op het hart: Gij zult mijn getuigen zijn … (Handelingen 1:8). Jezus gebruikt op dit cruciale moment de metafoor van de getuige. Een getuige is iemand die de waarheid moet vertellen. Hij kan dat slechts door te vertellen wat hij heeft gezien, gehoord of meegemaakt. Daarbij staat of valt het geloven van de waarheid met de eerlijkheid van de getuige. Wil het getuigenis als waarheid erkend worden, moet men de getuige geloven. Dat gebeurt door zijn getuigenis na te trekken met behulp van eventuele bronnen waarop de getuige zich baseert. Maar dat heeft ook alles te maken met de vraag of de getuige betrouwbaar is. Een betrouwbare getuige is iemand die instaat voor wat hij zegt, die zeker weet dat hij de waarheid spreekt en die dat ook uitstraalt.

Voor de homiletiek betekent dit dat de prediker met zijn hele persoon instaat voor de Boodschap die hij verkondigt, hij staat voor wat hij zegt! Het is ook niet zomaar een boodschap, het is de Boodschap die hij die week heeft gehoord, die helemaal door hem heengegaan is, waar zijn hart vol van is en zijn mond van overloopt. Op de preekstoel of het podium staat geen nieuwslezer, maar een bewogen getuige.

Zoals de profeten die het Woord van God moesten doorgeven dat slechts konden doen als getuige van wat ze gehoord of gezien hadden, zoals de apostelen die het Evangelie verkondigden dat ze zelf gehoord of gezien hadden van Jezus, zo is iedere verkondiger een getuige. De getuige is het licht niet, maar is gekomen om te getuigen van het licht (Johannes 1:8).

 

De waarheid door een persoonlijkheid

 

Binnen de ‘recente’ homiletiek is de meest invloedrijke uitspraak hierover gedaan door Phillips Brooks toen hij zei: preken is de waarheid gebracht door een persoonlijkheid[3]. Ook Brooks wilde benadrukken dat de prediker niet kan wegkruipen achter de bijbelse boodschap, maar dat hij, of hij wil of niet, helemaal aanwezig is in de verkondiging die hij brengt. Daarbij legt Brooks het accent op het karakter, de persoonlijkheid van de voorganger. Hij grijpt hiervoor terug op de klassieke driedeling die geldt voor al het spreken waarbij de spreker de hoorder wil overtuigen van de boodschap doe hij brengt. Er zijn drie elementen van belang, zo leert Aristoteles in zijn Rhetorica[4]: het zijn logos, ethos en pathos. Bij logos gaat het om de inhoud, om wat er wordt gezegd. Bij ethos gaat het om de betrouwbaarheid van wie het zegt, om de persoonlijkheid van de spreker. Bij pathos gaat het over hoe de spreker zo de boodschap kan overbrengen dat het de hoorder raakt, verandert. Dit zijn de drie elementen die bij het overtuigen een hoofdrol spelen, waarbij hij de ethos als meest doorslaggevend noemt.

Voor het preekproces vertaal ik deze drie zaken tot een opdracht: blijf dichtbij het Woord (logos), blijf dichtbij de hoorder (pathos) en blijf dichtbij jezelf (ethos). Deze drieslag is verhelderend en helpt om karikaturen te voorkomen.

De logos doet daarbij een beroep op je verstand, gaat over de waarheid die verkondigd mag worden. Zorg dat je een heldere en begrijpelijke boodschap hebt vanuit de Schrift. De meeste predikers zullen het hierover eens zijn.

Met pathos ligt het anders. Er zijn voorgangers die zich in allerlei bochten wringen om maar een gevoel bij de mensen los te maken, er zijn ook voorgangers die daar wars van zijn en juist zo rustig en beheerst mogelijk op de preekstoel staan. Voor de eersten is de lijn tussen toneelspelen en verkondigen heel dun geworden, voor de laatsten gelden de woorden van Loyd-Jones:”Als ik me aan één ding, meer dan wat ook, schuldig heb gemaakt, dan moet ik bekennen dat dit misschien wel het meest in mijn eigen bediening ontbroken heeft ……… Dit element van pathos en emotie is volgens mij heel belangrijk. Het heeft hieraan in deze eeuw ernstig ontbroken en misschien wel in het bijzonder onder de mensen van de kerk der Reformatie……… Is dit niet het gevaar, is dit niet de tendens: het verachten van het gevoel dat wezenlijk bij de mens hoort en door God is gegeven? Wij weten niet wat het is om in vervoering te geraken. Wij weten niet meer wat het is diep geroerd te zijn”[5]. Pathos heeft ten diepste te maken met hart hebben voor je hoorders, met houden van je gemeente en intens verlangen dat ze al luisterend naar de preek daadwerkelijk Jezus ontmoeten. Als dat je verlangen is, is passie op de preekstoel geen trucendoos, maar oprechte bewogenheid met de gemeente en haar heil.

 

Ethos

 

Als het echter gaat om wat doorslaggevend is bij het overtuigen van de hoorders van de Boodschap, is dat niet de pathos, maar de ethos[6]: leef uit wat je zegt en leef naar wat je zegt. Of, zoals Amerikaanse jongeren het zeggen: “Don’t talk the talk, if you don’t walk the walk”.

Iemand die dit heel sterk naar voren heeft gebracht is de bekende homileet Brian Chapell. In zijn ‘Book of the Year’-homiletiek “Christ-centered Preaching” vraagt hij direct aan het begin al grote aandacht voor de ethos van de prediker[7]. Hij associeert de driedeling van Aristotales met de woorden van Paulus in 1 Thessalonicenzen 1:5, waar de apostel zegt:”.. omdat onze evangelieprediking niet slechts in woorden (logos) tot u gekomen is, maar ook in kracht en in de Heilige Geest en in grote volheid (pathos); gij weet trouwens hoedanig we bij u geweest zijn (ethos) om uwentwil”. Chapell benadrukt dat de Bijbel zelf op verschillende plaatsen het accent legt op het feit dat een pastorale persoonlijkheid de basis van deze bediening is. Welsprekendheid mag dan het preken aantrekkelijk maken, haar hart klopt in betrouwbaarheid[8].

Het is voor de verkondiging cruciaal dat de prediker als Gods getuige staat voor wat hij zegt, leeft uit de Boodschap die hij mag brengen. Mensen voelen haarscherp aan of de prediker zich de boodschap heeft eigen gemaakt of niet en dat bepaalt grotendeels of ze de woorden tot zich laten doordringen of niet. Kort gezegd: ze merken direct of je preekt vanuit je hart. Ethos is de preekstoel opgaan als een door Gods Woord aangeraakte getuige die met liefde voor de hoorders wil spreken van hart tot hart!

 

Spirituele persoonlijkheid

Als je ethos, je persoonlijkheid, zo’n onvermijdelijke rol speelt in de verkondiging, wat betekent dit dan voor ieder die preekt? Ofwel: wie is tot deze dingen bekwaam? Het is hij die een spiritueel leven leidt! Alleen een prediker die in afhankelijkheid dichtbij God leeft, kan een kanaal zijn voor Gods genade, kan een getuige zijn van Gods grote daden. Wie preekt moet dus wel spiritueel leven. Spiritualiteit is een proces van vallen en opstaan met als doel dat je verandert, omgevormd wordt naar het beeld van Christus. Daarbij speelt de klassieke drieslag van Luther een grote rol: de oratio-meditatio-tentatio[9].  Ik werk dit kort uit.

Spiritueel leven is in de eerste plaats een biddend leven, een leven waarin de prediker alles van zichzelf en van zijn gemeente en zijn leefwereld deelt met God. Dit betekent dat de drukke prediker zich ook dagelijks terugtrekt uit de hectiek om stil te worden tot God, zich uit te strekken naar Jezus. Zo wordt niet alleen zijn leven, maar ook zijn prediking ondergedompeld in gebed, vervuld van de aanwezigheid van God. Dit bewaart de prediker voor de gevaren van al te grote verwachtingen van zichzelf of al te grote angst voor zichzelf. Wie bidt beseft dat God veel groter en machtiger is dan het instrument, de prediker, dat Hij gebruikt[10]. God is niet afhankelijk van mijn inbreng, Hij wil die inbreng echter wel helemaal in dienst nemen.Het gebed bewaart je voor te grote verwachtingen van jezelf. Maar ook voor minachting van de eigen inbreng. Al biddend mogen we ons ook gesterkt weten om onze taak te verrichten, krijgen we de moed om daar daadwerkelijk met hart en ziel te gaan staan.

Het tweede element van spiritueel leven is de meditatio, ofwel het aandachtig horen en overdenken van Gods Woord. Het gaat om het proeven van wat er staat, van wat God wil zeggen, van wat dat met je doet. Het is het proeven uit Psalm 1, waar de welzalige man Gods wet overpeinst bij dag en bij nacht. Spiritueel leven is niet alleen biddend leven, maar ook luisterend leven. Luisteren naar God en naar de mensen om je heen, maar ook eerlijk luisteren naar wat er met dat Woord gebeurt in jezelf. De ethos van de prediker vraagt van hem een opmerkzaam bestaan.

Het derde wat Luther noemt bij spiritueel leven is de tentatio, de aanvechting. Waar de prediker zich biddend en mediterend uitstrekt om meer van Christus in zich te mogen ontvangen, daar volgt onherroepelijk de strijd. Het is de strijd tegen de twijfels die al lezend en biddend ook in hem boven komen. Het is de strijd tegen de verwachtingspatronen van de hoorders. Het is de strijd tegen de angst. De strijd tegen de hoogmoed. De strijd tegen verflauwing. Het is ook de strijd tegen de middelmatigheid. Juist voor drukke predikers is de verleiding groot om genoegen te nemen met de status quo, met blijven functioneren op het niveau waar je op zit. Dan doe je nog wel je best, maar niet meer je uiterste best. Dan ken je je talenten inmiddels wel zo’n beetje, maar je verdubbelt ze niet (Mattheus 25:16).

John Stott waarschuwt geestelijke leiders voor wat hij de twee hoofdzonden van leidinggevenden in het Koninkrijk noemt[11]. De eerste is pessimisme, hetgeen hij God-onterend noemt en onverenigbaar met het christelijk geloof, omdat we geloven in de kracht van God, de kracht van het evangelie en de kracht van Gods volk. De tweede hoofdzonde die Stoot aanwijst is middelmatigheid. Wees ambitieus en ondernemend voor God door al de gaven die Hij je gegeven heeft optimaal te gebruiken.Het zijn deze twee hoofdzonden die juist in deze tijd door predikers moeten worden bestreden in henzelf en in hun gemeente.

 

Voorbeeldig leven

 

Spiritueel leven is dus een biddend, luisterend en strijdend leven. Een manier van leven zoals Jezus Christus ons heeft voorgeleefd en zoals we dat als predikers ook onze gemeente mogen voorleven. Ethos betekent dat zichtbaar en merkbaar is dat je leeft uit wat je zegt. Het betekent daarmee ook dat je als prediker een voorbeeldfunctie hebt. Juist omdat Boodschap en boodschapper zo met elkaar verbonden zijn, is heel het bestaan van de prediker in het geding voor de geloofwaardigheid van wat je verkondigt. We zien dat ook nadrukkelijk terugkeren in de woorden van Paulus die meerdere keren zichzelf als voorbeeld aanprijst[12]. Dit betekent voor de prediker dat de verkondiging niet ophoudt als hij de preekstoel afdaalt of het podium verlaat. De Boodschap is ingebed in zijn hele persoon en leven. Het is opvallend hoe Paulus oproept zijn ethos te volgen in het bijzonder op twee gebieden[13]: ten eerste in het omgaan met het lijden. De prediker die spreekt over de kracht van het kruis, zonder zelf de strijd en aanvechting en tegenstand te willen ondergaan, zal niet worden geloofd.

Het tweede wat Paulus noemt als voorbeeldfunctie van een voorganger is de omgang met geld. Hij ziet zoveel mogelijk af van beloning voor zijn werk om daarmee een voorbeeld te geven. De omgang van de prediker met geld zal, ook als er geen bedragen bekend zijn bij de gemeente, toch zichtbaar zijn. Ben je echt anders dan de materialistische wereld om je heen, ben je zoals je daar ook over preekt?

 

Conclusie

 

Welke rol speelt de persoonlijkheid van de prediker in het overbrengen van de Boodschap, zo was de vraag. De conclusie is dat dit een doorslaggevende rol is. Wie je bent als gelovige, hoe je leeft als prediker, is bepalend voor de geloofwaardigheid van het Woord dat je verkondigt. Je kan als prediker dan ook niet iets verkondigen wat je niet zelf hebt doorleefd of wat je niet zelf in de praktijk kunt of wilt brengen. Dit vereist een spiritueel leven dichtbij God, een leven in openheid naar God, in openheid naar de mensen die aan je hoede zijn toevertrouwd en in openheid naar jezelf. Waar die openheid, die eerlijkheid er is, daar wordt je als prediker transparant tot op Christus.

Voor de preekvoorbereiding betekent dit dat er zeker zoveel aandacht moet worden besteedt aan de voorbereiding van de prediker als aan de voorbereiding van de preek. Wil de boodschap die je ontdekt hebt echt door je heen kunnen gaan, vereist dat tijd en stilte om te bidden en te mediteren, om het tot je nemen en te verwerken. Dan staat daar een bewogen getuige te spreken vanuit het Woord met hart voor z’n hoorders. Dan staat daar een afhankelijk gelovige, een integer persoon, een oprechte prediker, een mens uit één stuk. Hij mag het ze verkondigen en Gods Geest kan door hem heen werken in de harten van de hoorders.

De ethos, de persoonlijkheid van de prediker is van groot belang. Dat maakt de prediker niet groot, maar dat maakt je juist afhankelijk en klein en leert je met Paulus zeggen:”Door de genade Gods ben ik wat ik ben en zijn genade aan mij is niet tevergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de genade Gods die met mij is. Daarom dan, ik of zij, zo prediken wij en zo zijt gij tot geloof gekomen”(1Korinthe 15:10,11).

 

Drs. Ron van der Spoel

Voorzitter Passie voor Preken


[1] Een prachtig overzichtsartikel van deze laatste ontwikkeling  is geschreven door Cornelius Plantinga, President van het Calvin College in Grand Rapids, onder de titel: Dancing the Edge of Mistery,From Proposition to Pilgrimage, Books and Culture september/oktober 1999. Zie de website van Christianity Today.

[2] Thomas Long noemt de metaforen heraut, pastor, verhalenverteller en getuige (T.G.Long, The Witness of Preaching, Louisville 1989, p.23vv). John Stott noemt in zijn Preachers Portrait de prediker als heraut, beheerder, getuige, vader en dienaar (Stott, John R.W.., The Preachers Portrait: Some New Testament Word Studies, Grand Rapids 1961.

[3] Phillips Brooks deed deze uitspraak in zijn Beecherlectures aan de universiteit van Yale in 1877. Zie hiervoor: Brooks,Phillips. The Joy of Preaching. Grand Rapids 1989, p.25 en 27

[4] Aristotle, Rhetoric, Introduction to Aristotle, edited bij R.McKeon, Chicago 1973. Zie ook Paul Oskamp en Rudolf Geel, Concreet en Beeldend Preken, 1999, p.175,176.

[5] Loyd-Jones, D.M., Prediking en Predikers, p.64,65.

[6] Brooks, 1989, p.54:”And first among the elements of power wich made success I must put the supreme importance of character, of persoal uprightness and purity impressing themselves upon the men who witess them”.

[7] Chapell, Brian, Christ- centered Preaching: redeeming the expositorysermon: a practical and theological guide forBible preaching, Grand Rapids 1994, p.25-32.

[8] Chapell, 1994, p.27

[9] Douma, 2000, p.196,197.

[10] Buttrick zegt het zo:” The gospel, however, is always greater than the preachers of the gospel-thank God. The fact is, all preachers serve Christ in brokenness, trusting in grace alone”. Buttrick,David,Homiletic.Moves and Structures, Philadelphia 1987, p.458,459

[11] Stott, John, Uitdagingen van deze tijd in bijbels perspectief,  Apeldoorn 1999, p.512

[12] O.a. Filippenzen 3:17, 2Thessalonicenzen 3:6-9 en 2Timotheus 3:10

[13] Rudolf Bohren, Predigtlehre, Munchen 1986, paragraaf 22 over Der Prediger als Vorbild, p.396

Bron: Soteria, kwartaalblad voor evangelische theologische bezinning, 21e jg nr.1, Themanummer: Passie voor preken

»
Lloyd-Jones, deel 4 van de serie: persoonlijke voorbereiding
»
Wat wil de hoorder?
»
De hoorder voor God
»
De predikant als trendwatcher
»
Postmoderne Nederlander is vooral eenzaam
»
De prediker: passie voor Christus
»
Retrotrends op de preekstoel
»
Meditatief bijbellezen als een fase in de preekvoorbereiding
»
Deel 5 uit de Lloyd-Jones serie: het spreken
»
Lloyd-Jones, Prediking en Predikers, deel 3 uit onze serie: de opbouw van de preek
»
Deel 2 uit de serie over Lloyd-Jones' Prediking en predikers: de preekvoorbereiding
»
Martin Lloyd-Jones, een serie over zijn boek Prediking en predikers
»
Het gesprek over de preek: belangrijk en gevaarlijk
»
De klik voor de preek
»
Passie voor Preken, waar staan we voor?
»
Graag een minder 'perfecte' preek
»
Preaching and Death
»
Evenwichtig preken
»
Moedig preken
»
Een verhaal over de verkondiging
»
Vast aan het papier?
»
Met passie dé Passie preken
»
De kunst van het luisteren naar een preek
»
Preken in een missionaire tijd
»
Beeldend preken: 'dit gaat over mij!'
»
Biddend de kansel op
»
Bomans op de kansel
»
Wat ik van een preek verwacht
»
Preken leren van Jezus 1
»
Communication
»
De ketterij van de toepassing
»
Preaching for Revival
»
Weten ze dat je van hen houdt?
»
Connecting through Purpose in Preaching
»
Preken leren van Jezus 4
»
Preken leren van Jezus 3
»
Preken leren van Jezus 2
»
Preken: roepen tot gemeenschap met Christus
»
Verstaat u wat u zegt en hoort?
»
The Power in Preaching
»
Gezocht: Broodpreken
»
Preken van vlees en bloed
»
Spirituele Christologie
»
Application Without Moralism
»
Paradoxen van evangelisch preken
»
Christocentrische prediking
»
De crisis der echtheid
»
De preek als Stem van Christus
»
How Does Unction Function?
»
Wat is ‘expository preaching’?
»
De kerk moet nu spreken
»
Preken moeten over het leven gaan
»
A Primer on Preaching like Jesus
»
Only Human
»
Het geheim van de preek
»
How the Text Can Form the Sermon
"Wij prediken Christus, de kracht van God en de wijsheid van God!" (1 Korintiërs 1:24)