HOME· NIEUWS· ARTIKELEN· ACTIVITEITEN· FORUM· LINKS· OVER PVP
Artikelen | 08 oktober 2002
De preek als Stem van Christus
Christus Preken 3

Door: dr. Jos Douma

 'Wij prediken Christus, de kracht en de wijsheid van God!' Dit bijbelse motief uit 1 Korintiërs 1:24 is een fundamentele inspiratiebron voor Passie voor Preken. In vijf artikelen, die geschreven zijn als een vervolg op mijn dissertatie 'Veni Creator Spiritus', werk ik dit motief uit, onder de hoofdtitel: Preken is Christus preken. Dit is het derde artikel. .

 

.

In de eerste twee artikelen heb ik aangegeven te willen kiezen voor een radicaal christocentrische prediking tegen de achtergrond van een spirituele christologie. Met dat laatste bedoel ik een christologie die inzet bij wat de kern van ons christen zijn is: de gemeenschap met Christus.

.

In de inleiding heb ik al aangegeven dat dit verhaal mee is ingegeven door vragen die gesteld zijn over mijn dissertatie Veni Creator Spiritus. In dit derde en de twee volgende artikelen, stel ik daarom een paar meer specifieke thema's aan de orde waarover ik ook in mijn dissertatie geschreven heb. Ik wil daar nu opnieuw iets over zeggen, maar dan vanuit een veel meer christologische invalshoek.

.

Continuïteit

.

De vraag kan dan gesteld worden: hoe verhoudt zich wat je nu schrijft tot datgene wat je in je dissertatie naar voren hebt gebracht? Voor mezelf breng ik dat zo onder woorden: dit verhaal is een duidelijk vervolg op mijn dissertatie. In dat vervolg is sprake van continuïteit: alles wat ik in mijn dissertatie heb gezegd neem ik in grote lijnen nog steeds van harte voor mijn rekening. Sterker nog: veel van wat ik in dit verhaal zeg is niet denkbaar zonder die dissertatie en vormt er een genuanceerde herhaling van. Maar er is ook sprake van discontinuïteit: bepaalde accenten zijn in mijn dissertatie te eenzijdig. Dat betreft vooral de nadruk op het werk van de Geest. Maar ook over verschillende andere onderwerpen zou ik nu wat genuanceerder willen schrijven. Welke onderwerpen dat zijn, wordt in het vervolg wel duidelijk.

.

Preekdefinitie

.

In dit artikel ga ik met name in op de preekdefinitie. In mijn dissertatie heb ik een mijns inziens belangrijk onderscheid gemaakt tussen een duidelijk theologische definitie van de prediking (De prediking is de bediening van Gods Woord in de gemeente van Christus) en een meer praktische, homiletische definitie (Preken is tekst en hoorder in relatie brengen). Deze laatste definitie riep wel vragen op: is de relatie immers niet bij voorbaat gegeven?

.

Theologisch antwoord ik daar van harte met 'ja' op: Gods Woord is per (theologische) definitie relevant. Toch is de werkelijkheid wel eens wat weerbarstiger: als gemeentelid vind je het vaak moeilijk om die relevantie te zien: 'Wat heeft dit bijbelwoord nu voor concrete relevantie in mijn leven?' Veel gemeenteleden zitten met die vraag in de kerk. En precies daar ligt nu ook de belangrijkste praktisch-homiletische opdracht voor de predikant: laat die relevantie zien! Dát heb ik willen zeggen met de definitie: preken is tekst en hoorder in relatie brengen. In mijn dissertatie heb ik dat overigens heel kort en te snel verbonden met de zaak van de Godsverduistering: het in relatie brengen is nodig omdat er mensen in de kerk zitten die aan den lijve ervaren wat het betekent om te leven in een cultuur zonder God. Daarover wil ik in het vierde artikel graag nog wat meer zeggen.

.

C. Veenhof

.

Nu vind ik het aardig om te laten zien dat ik me met mijn homiletische preekdefinitie in goed gereformeerd gezelschap blijk te bevinden. Niemand minder dan C. Veenhof, de leermeester van veel van de oudere predikanten in onze kerken, begint zijn (ongepubliceerde) collegedictaten met de volgende opmerkingen: 'De situatie bij de prediking wordt bepaald door twee grootheden. 1e het bijbelwoord, 2e de samengekomen gemeente. Die moeten voor de prediking in relatie met elkaar worden gebracht. De prediking is bediening van het bijbelwoord aan de vergaderde gemeente. In dat in relatie brengen komt tot stand, wordt werkelijkheid waartoe het woord bestemd is. In het woord waren, zijn, blijven de mensen betrokken. Het woord is intentioneel op de mens gericht. Het is aanspraak, toespraak, boodschap.'

.

Er is dus niet zoveel nieuws onder de zon. Wat ik zelf wel een beetje als nieuw heb ervaren, bleek al betoogd te zijn (en daar kwam ik pas na de afronding van mijn proefschrift achter) door Veenhof. Alleen is zijn homiletisch onderwijs nooit gesystematiseerd naar ons toegekomen.

.

Explicatie en applicatie

.

Geheel in lijn met theologen als Veenhof, Holwerda en Trimp heb ik in mijn dissertatie ook nogal heftige kritiek geoefend op het explicatie-applicatie schema. De belangrijkste reden daarvoor lag in het theologische uitgangspunt dat het Woord van God per definitie aanspraak is: Gods Verbondswoord gaat van hart tot hart en is intentioneel op de mens gericht. Het spreken over uitleg (objectief) en toepassing (subjectief) doet daaraan geen recht.

.

Toch leverde mijn afwijzing van het uitleg-toepassing schema nogal forse kritiek op. Is het wel terecht om te suggereren dat uitleg altijd objectief-afstandelijk is en dat het pas bij de toepassing persoonlijk-betrokken wordt? Ik denk inderdaad van niet. Opererend binnen een explicatie-applicatie-kader kan er echt wel hartelijk gepreekt worden, zó dat de hoorders zich van Godswege weten aangesproken vanuit de tekst. Uiteindelijk zal elke gereformeerde gelovige het er ook mee eens zijn dat het Woord van God niet een objectief-afstandelijk geheel is dat middels een toepassing bij de gemeente moet worden gebracht. Dat er heel directe lijnen lopen van het homiletische explicatie-applicatie-schema naar het filosofische object-subject-schema betekent nog niet dat alles wat er in dat filosofische schema te vinden is terugkeert in het homiletische model.

.

Kortom: het is weinig vruchtbaar om elkaar met verwijten om de oren te slaan rond het uitleg-toepassing-schema. Het vehement verwerpen noch het vehement verdedigen ervan zal ons verder helpen. In mijn dissertatie heb ik me aan het eerste schuldig gemaakt. Achteraf vind ik dat dus nogal vruchteloos.

.

Als nieuw

.

Niet vruchteloos lijkt me echter het zoeken naar een antwoord op de vraag: 'Hoe wordt dat dan bereikt, dat de gemeente heel de preek ervaart als aanspraak?' Zelf heb ik geprobeerd om daar iets over te zeggen vanuit de omschrijvingen: 'De preek als neues Wort' en 'Preken als het uitvoeren van teksten'. Met name de eerste omschrijving riep nogal wat kritische vragen op, mee omdat ik de uitdrukking 'geleend' heb van een niet-gereformeerde Duitse theoloog (Ernst Lange). Het voert te ver om dat hier allemaal te bespreken. Mijn intentie is in elk geval geweest om de 'nieuwheid' van de prediking in de zin van 'verrassend', 'aansprekend', 'ontdekkend', 'als nieuw' voor het voetlicht te halen. Prediking is geen eindeloze herhaling van oude waarheden, maar, als het goed is: het op-nieuw hoorbaar worden van het levende evangelie zodat het de gemeente raakt en verandert. Daarover heb ik in mijn dissertatie vooral veel praktisch-homiletische en talige opmerkingen gemaakt (met name over de metafoor). Nu zou ik daar weer een wat theologischer insteek aan toe willen voegen door te spreken over de preek als stem van Christus.

.

Stem van Christus

.

In een christocentrische homiletiek zal ook de preek zelf allereerst in christocentrische termen moeten worden gedefinieerd. In het als-nieuwe, vernieuwende Woord van God (een poging tot Nederlandse vertaling van het neues Wort) hebben we te maken met de Stem van Christus Zelf. Christus komt sprekend naar ons toe. In Hoogsteigen Persoon. Preken we misschien niet te veel over Christus zonder te beseffen dat Christus Zelf aan het Woord wil komen in onze prediking?

.

Door het Woord van God direct te verbinden met de Stem van Christus, wordt ook van meetaf aan duidelijk dat het in de prediking niet allereerst gaat om meer inzicht in de bijbel, om het 'spellen' van de Schriften, maar om een ontmoeting met de levende Heer die sprekend onder ons is. Hier kan juist die zo fundamentele Paulinische tekst over de verkondiging ook een belangrijke rol spelen in onze homiletische overwegingen: 'Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen' (2 Korintiërs 5:20). Hier wordt een ontmoetingsgebeuren getekend: God Zelf spreekt ons in Christus aan. De stem van Christus klinkt in zijn naam. Christus zelf zegt: laat u met God verzoenen. Die verzoening wordt alleen gekend en beleefd in de gemeenschap met Christus.

.

Jezus sprekend

.

Met dat we de preek omschrijven als de stem van Christus, zullen we ook met bijzonder veel aandacht gaan luisteren als Jezus Zelf spreekt in de evangeliën. Hoe predikte Christus? Naar mijn indruk is de gereformeerde homiletiek in sterke mate gekleurd door de vraag hoe de apostelen predikten (in Handelingen, in de brieven). Een christocentrische homiletiek zal ook in de leer gaan bij Jezus zelf. Wat waren zijn woorden vaak uitnodigend en warm en persoonlijk. Wat waren zijn woorden soms scherp en hard en striemend. Wat waren zijn woorden vaak beeldend en verhalend. Wat waren zijn woorden krachtig en gezaghebbend. Jezus' manier van preken en leren zou veel meer bepalend moeten worden voor onze manier van preken: 'dichtbij de Vader en dichtbij Zijn kinderen'. Of: 'dichtbij God en dichtbij mensen'.

.

En tegelijk zal ook duidelijk worden dat de communicatie van het evangelie enorm veel verzet oproept en naar menselijke maatstaven gemeten vaak 'mislukt'. Dat Jezus gekruisigd werd is daarvan het onomstotelijke bewijs. Wij redden onze preken communicatief gezien dan ook niet met een metafoor hier en een verhaal of visueel voorwerp daar. Onze prediking is alleen reddend in de kracht van Christus. En Hij was niet wars van metaforen ('Ik ben...') en verhalen ('Het Koninkrijk der hemelen is gelijk...') en visuele voorwerpen ('Zij brachten Hem een schelling...').

.

Preken is dus: Christus preken. Sterker nog: in de prediking is Christus sprekend onder ons. Zijn stem komt tot klinken in onze levens. Aan het begin van de preek staat niet een tekst, maar een Persoon: Jezus.

.

Deze twee zijn één?

.

In dit theologische uitgangspunt zou ik een hernieuwde bezinning op de preek willen beginnen. Ik besef heel goed dat vragen en discussies rond begrippenparen als 'tekst en hoorder', 'uitleg en toepassing', 'verstand en gevoel', 'voortgang en omgang' binnen dat kader opnieuw aan de orde zullen komen. In een eerdere schets van dit artikel had ik een aardige one-liner genoteerd die ik als oplossend zag ('In Christus is noch explicatie noch applicatie').

.

 

.

Nu geloof ik echter dat we dergelijke polariteiten niet zo gemakkelijk zullen overwinnen in ons nadenken over de prediking. Ze zijn nu eenmaal diep ingebakken in ons mens zijn. Is dat erg? Het lijkt me niet. Als we maar beseffen dat alles begint en eindigt bij die ene Persoon die alles was voor zijn Vader en die alles wil zijn voor ons: Jezus Christus. In Hem is ook al onze homiletische wijsheid verborgen. In Hem komen onze gedachten over spannende polariteiten tot rust.

.

 

Bron: www.josdouma.nl

»
http://www.josdouma.nl
»
How Does Unction Function?
»
Preken moeten over het leven gaan
»
Wat is ‘expository preaching’?
»
De kerk moet nu spreken
»
How the Text Can Form the Sermon
»
A Primer on Preaching like Jesus
»
Only Human
»
Het geheim van de preek
"Wij prediken Christus, de kracht van God en de wijsheid van God!" (1 Korintiërs 1:24)